Oogsamenwerking

Voor het leren is de samenwerking van de ogen erg belangrijk. Normaal gesproken wordt alleen getest of een kind voldoende zicht heeft of een bril nodig heeft. Door te testen hoe de ogen samenwerken wordt duidelijk hoe een kind ziet. Fixatie disparatie (FD) ontstaat doordat de hersenen de beelden van beide ogen niet goed kunnen verwerken. Als je ergens naar kijkt moeten beide ogen naar hetzelfde punt kijken. Wanneer dit niet goed gebeurt fixeer je (kijken) disparaat (niet goed). De hersenen kunnen de beelden van de beide ogen niet tot n enkel beeld versmelten waardoor het zeer onduidelijk wordt. Dit kan wazig zicht of onrustig gedrag veroorzaken. Het is erg aannemelijk om te veronderstellen dat iemand met fixatie disparatie tijdens een dyslexieonderzoek vaak als dyslectisch zal worden beschouwd.

Onderstaande plaatjes geven een inzicht hoe iemand met fixatie disparatie teksten ervaart.

Disperatie

fixatie-disparatie-teksten

Devolgende kenmerken kunnen worden gesignaleerd bij een persoon met onjuiste samenwerking van de ogen:

  • Vermoeidheidsverschijnselen na inspanning
  • Hoofdpijn net boven de wenkbrauwen
  • Branderige ogen
  • Nekklachten
  • Balans en evenwicht is verstoord
  • Oog-handcordinatie klopt niet
  • Tijdens de balsport kan men niet goed timen en/of inschatten op welke plek in de ruimte de bal aankomt
  • Slordig handschrift
  • Vinger gebruiken tijdens het lezen
  • Bij hardop lezen klinkt het hakkelig
  • Slecht begrijpend lezen
  • Op een blanco vel schrijft men niet horizontaal, de regel buigt af naar boven of beneden
  • De spaties tussen de geschreven woorden zijn onregelmatig
  • Het kijken naar een beeldscherm kan hoofdpijn opleveren
  • Zeer beperkt ruimtelijk inzicht van getekende driedimensionale lichamen op een plat vlak
  • Hoofd niet recht houden tijdens lezen of schrijven.

Testen en behandeling
Er wordt getest of uw kind last heeft van fixatie disparatie. Of het onvoldoende beheersing van de oogsprongen heeft tijdens het lezen of andere visuele beperkingen die van negatieve invloed zijn op de ontwikkeling van uw kind. Na het testen wordt een behandelplan opgesteld.